Boven de boerenkool

De Marineluchtvaartdienst in Nieuw Guinea 1951 - 1962

Titel: Boven de boerenkool
Auteur: Bart M. Rijnhout
ISBN: 9789086160822
Uitgeverij: Lanasta / Violaero, april 2013 - www.lanasta.com
Omvang: 200 pagina's, 29 x 23cm, gebonden in harde kaft
Illustraties: meer dan 100, gedeeltelijk in kleur
Prijs: € 38,96

Ooit was auteur Bart Rijnhout de schrijvende buschauffeur, maar nu na zijn pensionering rollen de boeken over de militaire luchtvaart met grote regelmaat van de pers. Zo verscheen onlangs van hem weer een nieuwe uitgave die handelt over Nieuw Guinea. Het boek is een vervolg op Wachters boven het Stenen Tijdperk, over de naoorlogse periode van de militaire luchtvaart in Nieuw Guinea en vormt het derde deel uit een reeks over de Marineluchtvaartdienst in de Oost. De titel verwijst naar een veel gebruikte uitdrukking van piloten die boven de oerwouden van Nieuw Guinea vlogen en het hierbij hadden over vliegen boven de boerenkool.

Boven de boerenkool vertelt de geschiedenis van de Marineluchtvaartdienst en de Koninklijke Luchtmacht in Nederlands Nieuw Guinea in de periode van 1949 tot aan het vertrek uit de laatste kolonie in de Oost, in 1962. De Marineluchtvaartdienst staat hier centraal. Het boek wordt gecompleteerd met activiteiten van de Koninklijke luchtmacht.


Het heeft Bart veel energie en tijd gekost om dit boek samen te stellen. Over de geschiedenis van Nieuw Guinea werd lange tijd liever niet gesproken, en veel materiaal was veilig opgeborgen in archieven. Dat betekende intensief zoekwerk. Gelukkig gaven de Centrale archieven en dagboeken van enkele squadrons van het voormalige Marine Vliegkamp Valkenburg meer duidelijkheid zodat d geschiedenis kon worden vastgelegd.

De opbouw van de MLD begon met een hand vol oude, opgevlogen, PBY Catalina's die nog uit Nederlands Indië waren overgevlogen. Door de toenemende druk van Indonesië, dat ook aanspraak maakte op Nederlands Nieuw Guinea, werd de luchtverdediging van steeds groter belang. Er werd besloten om een aantal Fairey Firefly jachtvliegtuigen ter ondersteuning naar Nieuw Guinea te sturen. De oude vliegboten maakten plaats voor een reeks; Martin Mariners. Deze grote vliegtuigen bleken geen goede aankoop. Na diverse ongelukken, waarbij een aantal vliegers omkwam, volgde op 8 juli 1960 na een vergadering van de Ministerrraad een vliegverbod, waarna de vliegboten naar de schroothoop werden verwezen. Het wegvallen van de Mariners kon worden opgelost door het in bruikleen nemen van vier C-47 Dakota transportvliegtuigen hoewel hiervoor reserve-onderdelen ontbraken. Dit was overigens mogelijk omdat de Luchtmacht op dat moment de nieuwe Fokker F27 in gebruik nam. Het boek verhaalt over de problemen die het overvliegen van de Dakota's gaf i.v.m. hun geringe vliegbereik en het ontbreken van toestemming van enkele landen voor het overvliegen over hun grondgebied.

Later bracht de Koninklijke Luchtmacht versterking en kwamen er Hawker Hunters naar Biak. In het boek zien we hiervan vele afbeeldingen waaronder een aantal in kleur, zoals de N107 die op 11 december 1961 op Mokmer verongelukte. De piloot bleef hierbij ongedeerd, zo lezen we in het boek. Drie van de vier Dakota's (de 079 verongelukte tijdens een nachtvlucht) werden teruggegeven aan de luchtmacht, maar bleven in Nieuw Guinea.

Middels een ministeriele beschikking werd op 21 augustus 1961 bepaald dat de MLD de beschikking over 15 nieuwe Lockheed P2V-7B-Neptunes kon gaan beschikken die vanuit Amerika naar Nieuw Guinea werden overgevlogen. Het nieuwe type onderscheidde zich door de toevoeging van twee Westinghouse straalmotoren en een beter uitzicht door een aangepaste cockpitbeglazing. Met deze toestellen werden lange patrouillevluchten gevlogen. Het toenemende aantal Indonesische infiltraties noopte de marine en Klu tot het uitvoeren van vele missies, waarbij confrontaties met de Indonesische strijdkrachten ter land, zee en lucht niet uitbleven. In het boek zien we afbeeldingen van de aankomst van de eerste Neptune op het vliegveld Borokoe, waarbij onder Papoeamuziek een aankomstronde wordt gevlogen. Maar alle moeite bleek tevergeefs te zijn.

Nederland nam op 1 oktober '62, onder grote politieke druk, afstand van het land, wat het definitieve einde betekende van het Nederlandse koloniale leven in de Oost. Het was een jaar van politieke en militaire strijd, die eindigde met de overdracht van de soevereiniteit aan de Verenigde naties. Het personeel en bruikbaar materieel van de krijgsmacht werd met schepen en vliegtuigen teruggebracht naar Nederland. Boven de boerenkool geeft deze bijzondere geschiedenis de aandacht die het verdient.

Ruurd Berendes
Terug naar lees- en kijktips