L'Autopède

65 jaar Vlaamse draaimolen attributen

Titel: L'Autopède, 65 jaar Vlaamse draaimolen attributen
Auteur: Piet Winkelmolen
Lay-out en fotobewerking: Peter Winkelmolen
Uitgeverij: eigen beheer Stichting
Omvang: 190 pagina's, A-4 formaat, harde kaft
Illustraties: Ruim 440 foto's in kleur
Prijs: € 22,50 - Beperkte oplage, voor Belgische en Nederlandse markt
Bestelwijze: stuur een mail naar kermisboeken@hotmail.nl

Al jaren bespreken we in deze rubriek op onze site uitgaven over allerlei onderwerpen. Vooral openbaar vervoer, maar ook leger, luchtvaart, straatmeubilair en bushaltes. Hierdoor is onze site een uniek digitaal naslagwerk geworden voor iedereen die een nieuw boek wil aanschaffen. Of wellicht een tweedehands exemplaar en eerst wil weten wat hij koopt. Vandaag komt daar weer een nieuw onderwerp bij: draaimolen attributen.

Van de stichting kermis-cultuur ontvingen wij ter bespreking een alleraardigst boek, geschreven en samengesteld door Piet Winkelmolen, medebestuurslid van de Stichting Kermiscultuur, en restaurateur van oude kermisattributen, voornamelijk van het merk autopede. Piet Winkelmolen (leuke naam voor de schrijver van een boek over draaimolens) is al jaren bevriend met de huidige eigenaar, Alain Baeyens. Hierdoor kon hij een kijkje nemen achter de schermen van het productiebedrijf en had toegang tot het familie- en fabrieksarchief. Het merk autopede is binnen de kermiscultuur een begrip, terwijl er nagenoeg niets van dit merk op papier staat. Zonde, want het product geeft een prachtig tijdsbeeld dat niet verloren mag gaan, en worden vastgelegd voor het nageslacht. Piet Winkelmolen voldoet aan deze wens met het nu voorliggende boek.


Wie heeft er niet ingezeten op de kermis of in de speeltuin? De vele, tot de verbeelding sprekende voertuigen, dieren of vliegtuigen, mooi van vorm, in sprekende kleuren met veel chroom, voor alle kinderen en stuurtje in de hand en vaak voorzien van toeter of sirene. De een koos voor de brandweerauto, de ander maakte een spurt naar het paard, en nummer drie zat het liefste in een Amerikaanse slee. De fabrikant van al deze mooie draaimolenattributen was de familie Baeyens, de redelijk anonieme eigenaar van het merk l'autopede. Het boek verhaalt over het ontstaan, de bloei en het onontkoombare naderende einde van het merk. In 2011 bestaat het merk 65 jaar.

De kwaliteit van het product lag hoog. De attributen worden met de hand vervaardigd uit 1 mm dik ijzer plaatwerk. Er zit bijna geen kunststof bij. Aan een model wordt gemiddeld 3 man-weken gewerkt. Juist vanwege de hoge kwaliteit bevindt nog ca. 95% van de producten zich ergens. Net als bij autobussen in hun tweede leven, zijn de overbodig geworden attributen een tweede leven begonnen als plantenbak of statisch object in showrooms van meubelzaken, autobedrijven en restaurants, maar ook staan er nog een groot aantal opgeslagen in loodsen, opslagschuren, bij handelaren, of gewoon bij particulieren thuis. Heden ten dage worden gestadig exemplaren aangeboden via het Internet. Er voltrekt zich een levendige handel, een vaak verandert er een dergelijk relikwie van eigenaar. Soms vindt men een exemplaar, hangend aan een gevel.

Het bedrijf vindt zijn oorsprong in de op 23 maart 1919 geboren plaatwerker Karel Baeyens. Na de 2e wereldoorlog gaat hij werken in het garagebedrijf van zijn broer, en bouwt in zijn vrije tijd een trapauto voor zijn zoon Alain. Als een toevallige voorbijganger het kind in zijn trapauto ontwaart, belt hij aan en vraagt Karel of hij er ook zo een kan bouwen voor op zijn carrousel. In die tijd zijn voertuigen nog niet gebruikelijk en zijn draaimolens vooral voorzien van paarden, koetsen en gondels.

Aan het voertuigje worden door de klant hoge eisen gesteld. Zo moet er plaats worden geboden aan vier kinderen. De maten moeten worden aangepast aan de draaimolen. Na levering van het eerste voertuig beginnen de bestellingen binnen te stromen . Binnen drie jaar is er een hele productielijn ontstaan met auto's, helikopters, brandweerauto's, tanks, en noem maar op. Het boek gaat uitgebreid in op de productie van de attributen. Zaken waar de lezer nooit aan heeft gedacht. Zo rijden de zelf draaiende voertuigen altijd een bocht, zodat aan wielen en assen hoge eisen moeten worden gesteld. Dit wordt opgelost door wielen schuin te plaatsen. Tevens moet hij zorgen dat er voldoende onderdelen in voorraad zijn voor massaproductie. Toen een keer een bepaald type koplamp niet meer te leveren bleek, moest een groot aantal voorgefabriceerde voertuigen worden verbouwd om de nieuwe koplamp passend te maken. Kortom, veel werk. Vervolgens toont het boek een groot aantal foto's van attributen en draaimolens, soms in zwart-wit maar vooral in kleur, en dat is ook nodig gezien de vaak fraaie kleurrijke ontwerpen.

Eind jaren '50 ontstaat er een heel vervelende situatie als een aantal mallen uit de fabriek wordt gestolen. Als er vervolgens klachten komen van klanten dat de kwaliteit van sommige producten hart achteruit is gelopen blijkt een slimme dief de mallen te hebben gebruikt om zelf kermisproducten te maken van een inferieure kwaliteit. Ook in Duitsland doemen opvallend veel scooters en andere voertuigen op die verdacht veel lijken op de producten van l'autopede. Alleen zijn deze van polyester gemaakt en lang niet zo duurzaam. Een nare ontwikkeling!

De kentering van de Gouden jaren komt in de jaren '70. Veel kunststof producten verschijnen op de markt, goedkoper, sneller leverbaar maar veel minder duurzaam. Karel besluit op 63 jarige leeftijd te stoppen en doet zijn bedrijf over aan zoon Alain. Die heeft inmiddels 30 jaar ervaring opgedaan en neemt de zaak moeiteloos over. Alleen worden de ontwerpen moderner, en meer gelijkend op de originele voertuigen. Het boek vervolgt dan met veel foto's van draaimolens waarop de producten van l'autopede in beeld zijn.

Hoofdstuk 18 vervolgens gaat uitgebreid in op de verzamelaar. Nederlanders en Belgen zijn echte verzamelaars: suikerzakjes, speldjes, voetbalplaatjes, sigarenbandjes, het kan niet op. In dat licht zal het u niet verbazen dat er ook verzamelaars van kermisattributen zijn, alhoewel deze over wat meer ruimte moeten beschikken dan de gemiddelde portiek- of Vinex woning. Heeft de gemiddelde verzamelaar 2 l'autopede-attributen, er zijn ook verzamelingen van ruim 50 producten bekend. Die zijn dan weer onder te verdelen in de verzamelaar van originelen met gebruikerssporen, en verzamelaars die de producten grondig restaureren. Hierbij moet rekening worden gehouden met een bedrag van ca 1000 euro per te restaureren object.

Hoofdstuk 19 meldt het overlijden van de heer Bayens op 15 oktober 1994. Zoon Alain verwerkt zijn verdriet om het verlies van zijn vader met een aantal prachtige ontwerpen, zoals een verbeterde Goldwing motor, en een Fahr tractor met zaaiwagen.

In het slotverhaal leren we dat Alain inmiddels zijn werk noodgedwongen op een lager pitje heeft moeten zetten. Door hartproblemen houdt hij zich voornamelijk bezig met restauratie, leveren van reserveonderdelen, en de verzorging van zijn oude moeder. En hiermee komt een einde aan een uniek boek, een aanbeveling voor iedereen die de kermis een warm hart toedraagt, maar ook diegene die een warm hart voor nostalgie heeft. Het boek is in een zeer prettige leesstijl geschreven en heeft prachtige illustraties. Een aanrader.

Ruurd Berendes Terug naar de startpaginaTerug naar lees- en kijktips

naar boven